Artikel 7 Water

 

7.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

1. verkeer te water.

2. waterberging.

3. ter plaatse van de als zodanig aangeduide gronden: het afmeren van schepen voor

de beroepsvaart.

4. ter plaatse van de Rietbaan, tussen de Galgeplaat en de Antoniapolder: een halteplaats

voor openbaar vervoer (waterbus).

5. een jachthaven met maximaal 250 aanlegplaatsen, echter uitsluitend ter plaatse van

de aanduiding (jh).

alsmede voor:

6. verkeer, als bedoeld in artikel 6 van deze regels, indien over het water een brug worden aangelegd.

7. ondergrondse spoorweg, echter uitsluitend ter plaatse van de aanduiding (tu-sp).

 

 

7.2 Bouwregels

1. Ten behoeve van de halteplaats als bedoeld in 7.1 onder 4 mogen gebouwen worden

opgericht tot een maximum oppervlakte en hoogte van respectievelijk 200 m2 en 9 m.

2. Voor het overige zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, zoals,

vlonders, afmeerpalen, afmeersteigers, voorzover niet in de rivier de Noord en niet in de

vaargeul van de Rietbaan en de Strooppot. Een brug is alleen toegestaan bij de Strooppot.

3. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 9 m.  

 

 

7.3 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan voor het in de verbeelding aangegeven wro-zone-wijzigingsgebied zodanig te wijzigen dat de aanleg van een watertransportleiding mogelijk wordt. Alvorens daartoe over te gaan, plegen burgemeester en wethouders overleg met de waterbeheerder.