direct naar inhoud van Artikel 11 Algemene wijzigingsregels
Plan: Zuidwende Noord
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0531.bp05Zuidwendenoord-1001

Artikel 11 Algemene wijzigingsregels

11.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen

Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

11.2 Wro-zone - wijzigingsgebied

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied' te wijzigen in de bestemmingen 'Wonen', 'Groen' en 'Water', met inachtneming van de volgende bepalingen:

  • a. woningen mogen uitsluitend gestapeld gebouwd worden;
  • b. het aantal woningen bedraagt ten hoogste 38;
  • c. uitsluitend op de begane grond mag ten hoogste 200 m2 bruto vloeroppervlak ten behoeve van dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen en praktijkruimten gerealiseerd worden;
  • d. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 16 m;
  • e. er mag geen nadelige invloed ontstaan op de normale afwikkeling van het verkeer en er dient in de parkeerbehoefte te worden voorzien;
  • f. middels onderzoeken wordt aangetoond dat er geen onevenredige schade voor het milieu ontstaat;
  • g. er dient een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden;
  • h. bij voltooiing van de bouwwerkzaamheden mag op geen van de gevels van woningen, als gevolg van wegverkeerslawaai, de maximaal toegestane grenswaarde worden overschreden.
  • i. burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing:
    • 1. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken;
    • 2. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving;
    • 3. ter waarborging van de verkeersveiligheid;
    • 4. ter waarborging van de sociale veiligheid;
    • 5. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding.