direct naar inhoud van Artikel 6 Groen - Park
Plan: De Volgerlanden-West
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0531.bp01Volgerlandwest-1001

Artikel 6 Groen - Park

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen - Park' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. groen, water, speelvoorzieningen en voet- en fietspaden;
  • b. dagrecreatieve voorzieningen en evenemententerrein;
  • c. maatschappelijke voorzieningen voor educatieve, sociale en culturele doeleinden, zoals een wintertuin, vlindertuin, oranjerie en een natuureducatief centrum;
  • d. horecabedrijven uit ten hoogste categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten(zoals een restaurant, thee- of koffiehuis), met bijbehorende terrasfunctie;
  • e. expositieruimten/galeries;
  • f. een sporthal met aanverwante sportieve en recreatieve voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'sporthal';
  • g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals kunstobjecten, nutsvoorzieningen, (ondergrondse) afvalverzamelsystemen, straatmeubilair, reclame-uitingen en water.

6.2 Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

  • a. op deze gronden mag worden gebouwd;
  • b. op deze gronden mag een sporthal met aanverwante sportieve en recreatieve voorzieningen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 12 meter en een maximum oppervlak van 3.000 m2, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'sporthal';
  • c. op deze gronden mag een muziekkiosk worden gebouwd met een maximum bouwhoogte van 6 meter en een maximum oppervlak van 100 m2;
  • d. op deze gronden mogen gebouwen ten behoeve van speelvoorzieningen worden gebouwd met een maximum bouwhoogte van 6 meter en een maximum oppervlak van 300 m2;
  • e. op deze gronden mogen maatschappelijke voorzieningen alsmede een horecabedrijf worden gebouwd met een maximum hoogte van 7 meter en een gezamenlijk maximum oppervlak van 2.500 m2, waarbij het maximum bedrijfsvloeroppervlak van het horecabedrijf 250 m2, het maximum oppervlak van expositieruimten/galeries 250 m2 en het maximum oppervlak van een oranjerie 250 m2 bedraagt;
  • f. op deze gronden mogen gebouwen ten dienste van beheer en onderhoud worden gebouwd met een maximum goothoogte van 3 meter, een maximum bouwhoogte van 5 meter en een gezamenlijk maximum oppervlak van 100 m2, waarbij het maximum oppervlak per gebouw 25 m2 bedraagt;
  • g. op deze gronden mag overige bebouwing, waaronder begrepen (openbare) nutsvoorzieningen worden gebouwd met een maximum bouwhoogte van 7,5 meter en een gezamenlijk maximum oppervlak van 150 m2;
  • h. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt ten hoogste 3 meter;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'sporthal' bedraagt de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten hoogste 5 meter meer dan de toegestane hoogte voor gebouwen.

6.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2 voor de realisatie van kleinschalige (openbare) voorzieningen, zoals vissteigers en vlonders, ten behoeve van recreatief medegebruik van aan de bestemming grenzende (hoofd)watergangen, uitsluitend nadat schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van deze (hoofd)watergangen.

6.4 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing, ten behoeve van:

  • a. een samenhangend straat en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de milieusituatie;
  • d. de sociale veiligheid;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.